Plaatdrukker, Jan Luyken, 1694

Mijlpaal

Mijlpaal! De bende van Lijp Kot gaat naar de drukker en kan ik geen komma meer in de tekst veranderen.
Exclusief voor jullie alvast een voorproefje:

‘Ik begrijp je twijfel,’ zei Lijp Kot. ‘Maar arme sloebers zullen wij nooit van hun laatste duit beroven. Wij pakken alleen de mensen die het kunnen missen. Voor een rijke maakt een guldentje meer of minder niet zoveel uit.’
In Pontus’ hoofd gonsde de stem van zijn vader. Stelen is voor lafbekken.
‘Ik geef je onderdak, eten en bescherming. Zelfs tegen Willem Huygens,’ vervolgde Lijp Kot.
Onderdak, eten, bescherming …
Lijp Kot sloot zijn vingertoppen tegen elkaar. ‘Luister goed, Pontus. Als je je bij mij aansluit, vraag ik maar één gunst: absolute trouw. Trouw is alles waar het in het leven om draait. Mocht je ooit worden gepakt, dan zal je mij niet verraden. Nooit. Zweer je dat?’
Het duizelde Pontus. ‘Ik weet het niet. Ik … ik kan niet stelen. U zult niets aan mij hebben.’
‘Kom-kom, alles valt te leren. Je komt toch uit het Aalmoeze-niersweeshuis? Daar wonen de meeste diefjes.’
Pontus beet op zijn lip en friemelde aan zijn mouw.
‘Ik wacht op een antwoord,’ zei de bendeleider.
Stelen is voor lafbekken.
Pontus sloeg zijn ogen neer en zuchtte. ‘Goed, ik doe het.’